Test van Campbell:

De test van Campbell maakt het mogelijk om het karakter en de vaardigheden van puppys te evalueren. Het is een kostbare hulp om de puppy te kiezen die u het best past uit een nestje.

Voorwaarden voor een goede test:

- De test moet bij 7 weken oude puppys uitgevoerd worden, noch ervoor noch daarna.
- De examinator moet alleen zijn en kan mag niet door de puppy gekend zijn.
- De test moet in een door de puppy onbekende, geïsoleerde, rustige en neutrale plaats verwezenlijkt worden.
- Te test mag slechts één keer op elke puppy uitgevoerd worden (anders kan het gedrag aangeleerd worden).
- De test wordt op een zachte, onpersoonlijke wijze uitgevoerd en zonder enige aanmoediging.

1. Sociale binding:

Plaatst zacht de jonge hond in een gekozen plaats. Verwijdert u van enkele meters in de tegenovergestelde richting dan die waarin u bent aangekomen. Zet u op uw knieën en klap zacht in de handen om de jonge hond aan te trekken.  Observeert of hij naar u toe komt met een hoge of lage staart, of hij verplaatst zich helemaal niet, dit openbaart  zijn graad van sociale rang, zelfvertrouwen of onafhankelijkheid.

Resultaten:

    A. Komt gemakkelijk, staart omhoog, huppelend en probeert in de handen te bijten.
    B. Komt rustig, staart omhoog, op een drafje naar de handen.
    C. Komt rustig maar houdt de start omlaag.
    D. Komt aarzelend.
    E. Komt helemaal niet.

2. De volgproef:

Houdt u staande naast de puppy, vervolgens verwijdert u met een rustige pas, verzeker u dat de puppy u observeert op het ogenblik dat u zich verwijdert. U zult zien of hij vaardigheden heeft om een meester gemakkelijk te volgen. Als hij zich niet verplaatst, is hij zeer onafhankelijk.

Resultaten:

    A. Volgt gemakkelijk, staart omhoog en probeert in de voeten te bijten.
    B. Volgt gemakkelijk, staart omhoog, dicht bij de voet.
    C. Volgt gemakkelijk, staart omlaag.
    D. Volgt aarzelend, staart omlaag.
    E. Volgt helemaal niet of op een afstand.

3. De dwangproef:

Legt de puppy op de grond en rol hem zacht op de rug. Houdt, een hand op de borst, gedurende dertig seconden. Zijn afweer - of inwilligingsreacties tonen zijn tendens om een sociale of lichamelijke overheersing te aanvaarden.

Resultaten:

    A. Strijdt heftig, verzet zich krachtig en bijt.
    B. Strijdt heftig, verzet zich krachtig maar bijt niet.
    C. Strijdt een poosje en geeft dan op.
    D. Verzet zich niet maar onderwerpt zich aan de druk van de hand.

4. De sociale overheersing:

Legt de puppy in lig positie en streel hem zacht van het hoofd naar beneden over de rug. Zijn houding geeft zijn inwilliging of zijn weigering van de sociale overheersing weer. Als hij zeer dominerend is, zal de puppy op de mens proberen te springen, te bijten, te grommen, als hij onafhankelijk is, zal hij zich verwijderen.

Resultaten:

    A. Springt, trapt en krabt, bijt en gromt.
    B. Springt en trapt.
    C. Beweegt zich om de handen te likken.
    D. Draait zich om op de rug om de handen te likken.
    E. Verroert zich niet of verwijdert zich en komt niet terug.

5. De zweefproef:

Neem de puppy op, onder de buik met beide handen ineengevouwen, de palmen naar boven en til hem op. Houdt hem dertig seconden in deze positie. De puppy heeft geen enkele controle meer.  Hij is aan de willekeur van de examinator overgeleverd. Volgens zijn reacties, zult u zien of hij al dan of niet uw overheersing aanvaardt.

Resultaten:

    A. Verzet zich strek, bijt en gromt.
    B. Verzet zich sterk.
    C. Verzet zich, wordt kalm en likt.
    D. Verroert zich niet.

Wanneer de verschillende testen werden verwezenlijkt, ongeacht het gedrag van de puppy tijdens de testen, moet deze geliefkoosd en gefeliciteerd worden en naar zijn moeder worden teruggebracht.

Interpretatie:

- 2A of meer, met B  =  Agressief Dominant

De puppy reageert agressief, kan bijten als men hem wat hard hanteert. Vraag een ervaren meester.  Af te raden met kinderen of bejaarden.

- 3B of meer  =  Dominant

Tendens tot de trouwe overheersing, tot de zelfzekerheid. Zeer geschikt om te werk en leert graag en snel. Vraagt een meester die bekwaam is een hiërarchie op te leggen, constant en met een goed begrip van opvoeding.

- 3C of meer  =  Onderdanig en evenwichtig

Past zich gemakkelijk aan elk milieu aan. Gemakkelijk op te voeden zelfs door weinig ervaren personen. Ideaal in een familie met kinderen of bejaarden.

- 2C of meer maar vooral 1E of meer  =  Overdreven onderdanigheid

Hyper onderdanige puppy die een grote behoefte heeft aan complimenten en aan aanmoedigingen. Zal met genegenheid en geduld opgevoed moeten worden om vertrouwen te hebben en zich ten volle in menselijk milieu te begeven. Normaal goed met kinderen en bejaarden. Bijt niet of alleen om zich van slechte behandelingen te verdedigen

- 2D of meer met 1E in de sectie van sociale overheersing  =  Zelfstandig

Puppy die moeilijk te socialiseren is,  hij zal een speciale techniek van scholing vragen.
Als hij  A's of  B's erbij heeft, kan hij een angstbijter worden, die per angst gaat aanvallen als bijvoorbeeld in een hoek gedreven is zonder mogelijkheid van vlucht, of wanneer men het straft.
Als hij C's en D's erbij heeft, zal hij schuchter of angstig worden bij de minste slechte ervaring of onaangename situatie.
Reageert slecht met de kinderen.

Opmerkingen:

De test geeft u een idee van het karakter en de vaardigheden van de puppy op het ogenblik van de test.  De evolutie van de puppy zal eveneens afhangen van het milieu waarin hij zal opgroeien en van de opvoeding die hij zal krijgen.

 

Test van Campbell:


Le test de Campbell permet d'évaluer le caractère et les aptitudes des chiots. C'est une aide précieuse pour choisir le chiot qui vous conviendra le mieux parmi les portées.

Conditions pour un bon test :

- Le test doit être effectué sur des chiots âgés de 7 semaines, ni avant ni après.
- L'examinateur doit être seul et ne peut être connu du chiot.
- Le test doit être effectué dans un lieu inconnu du chiot, isolé, calme et neutre.
- Le test ne doit être effectué qu'une seule fois sur chaque chiot (sinon le comportement peut être appris).
- Le test est effectué de manière douce, impersonnelle et sans aucun encouragement.

1. Le lien social :

Placez doucement le jeune chien dans un endroit choisi. Prenez quelques mètres de distance dans la direction opposée à celle dans laquelle vous êtes arrivé. Mettez-vous à genoux et tapez doucement dans vos mains pour attirer le jeune chien. Observez s'il vient à vous avec une queue haute ou basse, ou s'il ne bouge pas du tout, cela révèle son degré de rang social, de confiance en soi ou d'indépendance.

Résultats :

A. Il vient facilement, se traîne, sautille et essaie de vous mordre les mains.
B. Il vient tranquillement, regarde fixement, en trottinant sur les mains.
C. Vient tranquillement mais garde le départ en bas.
D. Vient avec hésitation.
E. Il ne vient pas du tout.

2. Le test de suivi :

Mettez-vous à côté du chiot, puis retirez d'un pas doux, en vous assurant que le chiot vous regarde s'éloigner. Vous verrez s'il a les compétences nécessaires pour suivre facilement un maître. S'il ne bouge pas, il sera très indépendant.

Résultats :

A. Il suit facilement, regarde fixement et essaie de se mordre les pieds.
B. Suit facilement, la queue vers le haut, près du pied.
C. Suit facilement, la queue en bas.
D. Suit avec hésitation, la queue en bas.
E. Ne suit pas du tout ou à distance.

3. Le test coercitif :

Allongez le chiot sur le sol et faites-le rouler doucement sur le dos. Gardez une main sur la poitrine pendant trente secondes. Sa défense ou sa réaction de consentement montre sa tendance à accepter la domination sociale ou physique.

Résultats :

A. Lutte violemment, résiste avec vigueur et mord.
B. Il se bat avec acharnement, résiste avec vigueur, mais ne mord pas.
C. Battez-vous pendant un certain temps, puis abandonnez.
D. Ne résiste pas mais se soumet à la pression de la main.

4. La domination sociale :

Allongez le chiot en position couchée et caressez-le doucement de la tête vers le bas, sur le dos. Sa posture reflète son acceptation ou son refus de la domination sociale. S'il est très dominant, le chiot essaiera de sauter, de mordre, de grogner, s'il est indépendant, il s'éloignera.

Résultats :

A. Saute, donne des coups de pied et gratte, mord et grogne.
B. Sauts et coups de pied.
C. Se déplace pour lécher les mains.
D. Se retourne sur le dos pour lécher les mains.
E. Ne bouge pas ou ne bouge pas et ne revient pas.

5. Le test flottant :

Prenez le chiot, sous le ventre avec les deux mains pliées, paumes vers le haut et soulevez-le. Maintenez-le dans cette position pendant trente secondes. Le chiot n'a plus aucun contrôle. Il est à la discrétion de l'examinateur. En fonction de ses réactions, vous verrez s'il accepte ou non votre domination.

Résultats :

A. Il s'étire, mord et grogne.
B. Résiste fortement.
C. Lutte, devient calme et lèche.
D. Ne bougez pas.

Lorsque les différents tests ont été effectués, quel que soit le comportement du chiot pendant les tests, il doit être aimé et félicité et ramené à sa mère.

Interprétation :

- 2A ou plus, avec B = Agressive Dominant

Le chiot réagit agressivement, peut mordre lorsqu'il est manipulé un peu durement. Demandez à un maître expérimenté. Déconseillé aux enfants ou aux personnes âgées.

- 3B ou plus = Dominant

Tendance à la domination fidèle, à la confiance en soi. Très adapté au travail et apprend rapidement et avec plaisir. Il faut un maître capable d'imposer une hiérarchie, constamment et avec une bonne compréhension de l'éducation.

- 3C ou plus = Soumis et équilibré

S'adapte facilement à tout environnement. Facile à éduquer même par des personnes inexpérimentées. Idéal dans une famille avec des enfants ou des personnes âgées.

- 2C ou plus mais surtout 1E ou plus = Soumission exagérée

Un chiot hyper-subordonné qui a grand besoin de compliments et d'encouragements. devra être élevé avec affection et patience afin d'avoir confiance et d'être pleinement impliqué dans l'environnement humain. Normalement, il est bon avec les enfants et les personnes âgées. Ne mord pas ou seulement pour se défendre contre les mauvais traitements

- 2D ou plus avec 1E dans la section de domination sociale = Indépendant

Chiot difficile à socialiser, il aura besoin d'une technique de dressage particulière.
S'il a des A ou des B, k


*** Traduit avec www.DeepL.com/Translator (version gratuite) ***


Vaccinatie van mijn hond:

Niet gevaccineerde honden lopen het risico op ernstige infectieziekten, die levensbedreigend kunnen zijn. Door uw hond een eenvoudige vaccinatie te geven, kan u hem/haar een optimale bescherming geven tegen deze ziekten.Een vaccin zorgt voor de opbouw van een afweersysteem (via antistoffen) tegenover een welbepaalde ziekteverwekker. Wanneer uw hond de volgende keren met deze ziekteverwekker in contact komt, zal hij/zij tegen de verwekker beschermd zijn.De voornaamste ziekten die voorkomen bij de hondParvovirose of ‘Kattenziekte’Een erg besmettelijke en in vele gevallen dodelijke ziekte die heel het lichaam aantast, voornamelijk erg gevaarlijk voor pups en oudere honden, omwille van hun lage immuniteit. Bij pups zien we voornamelijk de maagdarmvorm die zich uit in hevig braken, bloederige én stinkende diarree en uitdroging door veel verlies aan vocht. De infectie kan worden overgedragen van pup tot pup, voornamelijk via uitwerpselen.Soms zien we pups waarbij het virus het hart infecteert met plotse sterfte tot gevolg. Parvovirose is zéér besmettelijk! Het virus is goed bestand tegen warmte en koude. Het kan ook overgedragen worden via handen, schoenen, kleren van de verzorger/eigenaar.Hondenziekte of ‘Ziekte van Carré’Een virus nauw verwant aan het mazelenvirus bij de mens veroorzaakt deze ziekte. De ziekte kent uiteenlopende symptomen, maar de voornaamste klachten zijn neusvloei, oogvloei, hoesten, zenuwsymptomen en soms ook braken en diarree. Deze ziekte kan leiden tot blijvend letsels aan het zenuwstelsel of zelfs sterfte.De ziekte kan op elke leeftijd voorkomen, maar het zijn vooral jonge honden, die plots ernstig ziek worden en vervolgens aan de ziekte kunnen overlijden.Leptospirose of ‘Rattenziekte’ziekte van WeilLeptospirose is een verzamelnaam van ziektes die veroorzaakt worden door Leptospiren. Dit zijn beweeglijke bacteriën, die in staat zijn om via wondjes van het slijmvlies van de neusen/of de mondholte en zelfs via de huid het lichaam binnen te dringen. De belangrijkste infectiebron is water dat besmet is geraakt met urine van dieren die geïnfecteerd zijn.Leptospiren kunnen soms gedurende maanden of zelfs jaren worden uitgescheiden door dieren, waarbij de infectie sluimerend in denieren aanwezig is. Vooral de nieren, maar ook de lever lopen hierdoor vaak blijvende schade op. Soms kan leptospirose zeer snel verlopen met als symptomen: zeer hoge koorts, gele slijmvliezen en donkergele urine. Leptospirose is niet alleen gevaarlijk voor uw hond, maar ook voor de mensen in zijn/haar omgeving. Juist omdat leptospirose een ziekte is die ook een risico oplevert voor de mens, is een jaarlijkse vaccinatie van alle honden aan te raden. De ziekte kan niet alleen worden opgelopen als de hond inof bij het water komt, het is ook zinvol om een hond die nooit zwemt te beschermen tegen een besmetting met leptospirose. Reden hiervan is dat uw hond niet enkel kan besmet raken door water dat besmet is met ratten, maar ook door contact met besmette ratten zelf, of met hun uitwerpselen en urine.Infectieuze hepatitis of ‘Leverziekte’Hepatitis is een besmettelijke virusziekte, die voornamelijk verspreid wordt via de urine van geïnfecteerde honden. De symptomen kunnen variëren van lichte koorts tot een ernstige leverontsteking, waarbij het dier hoge koorts heeft, niets eet en uiteindelijk sterft. Soms kunnen de symptomen van besmettelijke leverziekte lijken op die van Hondenziekte. Vooral bij jonge honden kan de ziekte zeer plots de dood veroorzaken.Extra vaccinaties:Kennelhoest of ‘Infectieuze Tracheobronchitis’

Kennelhoest:

is een aandoening, die veroorzaakt wordt door meerdere virussen en bacteriën. Het komt vooral voor bij honden die in een stresssituatie zitten (vb. kennel), omdat dat plaatsen zijn waarbij veel honden vlak bij elkaar zitten en er voortdurend geblaft wordt. Het meest opvallende symptoom van de ziekte is het voortdurend hoesten, luidruchtig de keel schrapen en soms slijmen die naar boven komen. Ook komen eigenaars wel eens de praktijk binnen met de klacht dat de hond braakneigingen heeft. Kennelhoest wordt veroorzaakt door een infectie met het parainfluenzavirus, het adenovirustype 2, of de bacterie Bordetella bronchoseptica of een combinatie van deze virussen.Het parainfluenzavirus is zeer besmettelijk en veroorzaakt ontstekingen en kleine bloedingen op het slijmvlies van de luchtwegen. Het Adenovirus type 2 lijkt in werking sterk op het Parainfluenzavirus, maar geeft ook ontstekingen in het longweefsel, waardoor vrij gemakkelijk een bacteriële longontsteking zou kunnen ontstaan. Bordetella bronchoseptica is 1 van de bacteriën, die vaak gevonden wordt bij Kennelhoest, als secundaire infectie of als verwekker van de ziekte.Tegenover het Parainfluenzavirus wordt standaard gevaccineerd. Indien de hond naar een pension, hondenshow of hondenschool gaat, raden we een extra vaccinatie aan met Parainfluenza/Bordetella bronchoseptica op 11 en 16 weken.

Hondsdolheid (rabiës-razernij):

Een virus dat levensgevaarlijk is voor alle warmbloedige dieren (hond, kat,..), ook de mens! Een hond die besmet is met dit virus, in tegenstelling tot de kat, kan agressief worden en invele gevallen bijten. Het virus komt via het speeksel in een wondje in het lichaam terecht, en verspreidt zich langs de zenuwbanen naar de hersenen, waardoor het dier sterft binnen de 6 maanden. Verspreiding kan ook gebeuren via speeksel (bijtwonden) van vossen, dassen en andere dieren.Vaccinatie tegen hondsdolheid is verplicht voor elke hond die over de landsgrenzen heen reist. Gaat u dus met uw hond naar het buitenland (al is het maar voor een korte periode), of komt uw hond vanuit het buitenland naar u, dan moet hij/zij gevaccineerd zijn. In België is ten zuiden van Samber en Maas en op campings, vaccinatie tegen rabiës NIET MEER wettelijk verplicht. Soms worden door bepaalde landen (Groot Brittannië, Ierland, Malta, Finland,..) nog extra verplichtingen ingesteld. Raadpleeg hiervoor uw dierenarts.Het bewijs van vaccinatie wordt in het Europees paspoort genoteerd door de dierenarts en is, voor de meeste Europese landen, 3 jaar geldig. Hou er rekening mee dat het vaccin bij de eerste vaccinatie, pas 21 dagen na toediening werkzaam is. Zorg dus dat u minimum 3 weken voor vertrek uw hond laat vaccineren tegen Hondsdolheid.Vaccinatie van mijn pupPasgeboren pups krijgen van hun moeder gedurende hun eerste levensweken afweerstoffen mee via de moedermelk. Deze antistoffen bieden slechts een tijdelijke bescherming aan de jonge pups. Na het spenen dalen deze afweerstoffen echter snel, zodat uw pup weer gevoelig wordt voor deze ziektes. Vaccineren op dat moment zorgt voor een stimulatie van het afweersysteem en een goede bescherming.Sinds korts kunnen puppy eigenaars kiezen tussen het traditionele entschema OF de enting volgens het VacciCheck principeVaccineren volgens traditionele schema:De puppy vaccinaties vinden plaats op 7 weken 9 weken 13 weken 26 weken. Nadien neemt de jaarlijkse vaccinatie over.De jaarlijkse kennelhoestvaccinatie is een apart vaccin en wordt gegeven aan honden die naar de hondenschool gaan, honden die naar een hondenpension gaan, honden die naar hondenshows gaan of honden die veel contact hebben met andere honden.De driejaarlijkse rabiësvaccinatie zit niet bij de standaardvaccinatie en is verplicht wanneer u met uw hond naar het buitenland gaat.

Met de VacciCheck:

kunt u een op uw huisdier afgestemd vaccinatieschema opstellen. De VacciCheck is een bloedtest om te controleren of uw hond voldoende antistoffen heeft tegen honden- en kattenziekten en infectieuze hepatitis. Waarom: Om de puppy's zo weinig mogelijk te vaccineren door ze op het ideale moment te vaccineren. 2 protocollen zijn mogelijk voor puppy's als u kiest voor de VacciCheck. Het te volgen protocol is afhankelijk van het feit of de pup al gevaccineerd is op de leeftijd van 7 weken of bij de fokker is getest met een VacciCheck test op 7 weken leeftijd. De VacciCheck test werd uitgevoerd op de leeftijd van 7 weken bij de fokker. Elke 3-4 weken wordt een VacciCheck test uitgevoerd om te zien wanneer de maternale antilichamen laag genoeg zijn om de vaccinatie te geven. Vier weken na de vaccinatie moet een controletiter worden bepaald om te zien of de vaccinatie succesvol is. VacciCheck begint op de leeftijd van 11 weken als de pup gevaccineerd is op de leeftijd van 7 weken om te zien of de maternale antilichamen laag genoeg zijn om de grote inenting toe te laten. Als er enige twijfel bestaat of de antilichamen nog moederlijk zijn OF als ze al van de eerste vaccinatie zijn, kan het nodig zijn om 4 weken later opnieuw te testen. Ook hier geldt dat vaccinatie tegen honden- en kattenziekten en infectieuze hepatitis zal worden toegediend wanneer de maternale antilichamen zijn verdwenen. Vier weken na de vaccinatie is het belangrijk om te controleren of de vaccinatie succesvol is geweest. VacciCheck kan alleen worden toegediend voor hondenziekten, kattenziekten en infectieuze hepatitis. Vaccinatie en boostervaccinatie tegen rattenziekte (en eventueel kennelhoest) is altijd noodzakelijk. De vaccinatie van mijn volwassen hond kan ook volgens twee principes gebeuren: als de eigenaar wil vaccineren volgens het traditionele schema, krijgt de volwassen hond een jaarlijkse vaccinatie tegen rattenziekte (en eventueel kennelhoest) en een driejaarlijkse vaccinatie tegen hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis (en eventueel hondsdolheid). Eigenaren die gevaccineerd willen worden tegen rattenziekte volgens het VacciCheck-principe krijgen jaarlijks een vaccinatie tegen rattenziekte (en eventueel kennelhoest) en indien nodig een titratie om te zien of de vaccinatie tegen hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis noodzakelijk is of kan worden uitgesteld in aanwezigheid van voldoende antilichamen tegen de 3 voorgaande ziekten. De driejaarlijkse vaccinatie tegen hondsdolheid is ook nodig als de honden naar het buitenland gaan.

 

vaccination de mon chien:

Les chiens non vaccinés sont exposés à des maladies infectieuses graves, qui peuvent mettre leur vie en danger. Une simple vaccination permet de protéger votre chien de manière optimale contre ces maladies. Un vaccin assure la constitution d'un système immunitaire (via des anticorps) contre un agent pathogène spécifique. Lorsque votre chien entre en contact avec cet agent pathogène la prochaine fois, il sera protégé contre celui-ci. Les principales maladies qui se produisent chez le chien La parvovirose ou "maladie du chat" Une maladie très contagieuse et souvent mortelle qui touche tout le corps, particulièrement très dangereuse pour les chiots et les chiens âgés, en raison de leur faible immunité. Chez les chiots, nous observons principalement la forme gastro-intestinale qui se manifeste par de graves vomissements, une diarrhée sanglante et malodorante et une déshydratation due à une perte importante de liquide. L'infection peut être transmise de chiot à chiot, principalement par les selles. On voit parfois chez les chiots des cas où le virus infecte le cœur, entraînant une mort subite. La parvovirose est très contagieuse ! Le virus est très résistant à la chaleur et au froid. Elle peut également être transmise par les mains, les chaussures, les vêtements du soignant ou du propriétaire. Maladie du chien ou "maladie du carré" Un virus - étroitement lié au virus de la rougeole chez l'homme - est à l'origine de cette maladie. La maladie présente divers symptômes, mais les principaux sont l'écoulement nasal, l'écoulement oculaire, la toux, les symptômes nerveux et parfois les vomissements et la diarrhée. Cette maladie peut entraîner des lésions permanentes du système nerveux, voire la mort. La maladie peut survenir à tout âge, mais ce sont principalement les jeunes chiens qui tombent soudainement gravement malades et peuvent ensuite en mourir. La leptospirose ou maladie de WeilLeptospirosis "maladie du rat" est un terme collectif désignant les maladies causées par les leptospiroses. Il s'agit de bactéries mobiles capables de pénétrer dans l'organisme par des blessures de la muqueuse du nez et/ou de la cavité buccale et même par la peau. La principale source d'infection est l'eau qui a été contaminée par l'urine d'animaux infectés. Les animaux peuvent parfois excréter des leptospires pendant des mois, voire des années, l'infection dormant dans le jean. Les reins en particulier, mais aussi le foie, subissent souvent des dommages permanents de ce fait. Parfois, la leptospirose peut progresser très rapidement avec des symptômes : une très forte fièvre, des muqueuses jaunes et des urines jaune foncé. La leptospirose n'est pas seulement dangereuse pour votre chien, mais aussi pour les personnes qui l'entourent. C'est précisément parce que la leptospirose est une maladie qui présente également un risque pour l'homme qu'une vaccination annuelle de tous les chiens est recommandée. La maladie peut non seulement être contractée lorsque le chien est dans ou près de l'eau, mais il est également logique de protéger un chien qui ne nage jamais contre une infection par la leptospirose. La raison en est que votre chien peut être infecté non seulement par de l'eau contaminée par des rats, mais aussi par contact avec des rats infectés eux-mêmes ou avec leurs excréments et leur urine. Hépatite infectieuse ou "maladie du foie" L'hépatite est une maladie virale contagieuse qui se propage principalement par l'urine des chiens infectés. Les symptômes peuvent aller d'une légère fièvre à une grave inflammation du foie, l'animal ayant une forte fièvre, ne mangeant rien et finissant par mourir. Parfois, les symptômes d'une maladie infectieuse du foie peuvent ressembler à ceux d'une maladie canine. La maladie peut causer la mort très soudaine, surtout chez les jeunes chiens. Vaccinations supplémentaires : toux de chenil ou trachéobronchite infectieuse.

Toux du chenil :

est une maladie causée par de multiples virus et bactéries. Elle se produit principalement chez les chiens qui se trouvent dans une situation de stress (par exemple, dans un chenil), car ce sont des endroits où de nombreux chiens sont assis à proximité les uns des autres et aboient constamment. Le symptôme le plus frappant de la maladie est la toux constante, le grattage bruyant de la gorge et parfois l'apparition de mucus. De plus, les propriétaires entrent parfois dans le cabinet en se plaignant que le chien a tendance à vomir. La toux du chenil est causée par une infection par le virus parainfluenza, l'adénovirus de type 2, la bactérie Bordetella bronchoseptica ou une combinaison de ces virus. Le virus parainfluenza est très contagieux et provoque une inflammation et de petits saignements sur la muqueuse des voies respiratoires. L'adénovirus de type 2 a une action très similaire à celle du virus du parainfluenza, mais il provoque également des inflammations dans les tissus pulmonaires, qui pourraient assez facilement conduire à une pneumonie bactérienne. Bordetella bronchoseptica est l'une des bactéries que l'on trouve souvent dans la toux des chenils, comme infection secondaire ou comme agent pathogène de la maladie. La vaccination contre le parainfluenzavirus est la norme. Si le chien va dans une pension, une exposition canine ou une école canine, nous recommandons une vaccination supplémentaire contre la Parainfluenza/Bordetella bronchoseptica à 11 et 16 semaines.

Rage (rage) :

Un virus qui met en danger la vie de tous les animaux à sang chaud (chiens, chats,...), y compris les humains ! Un chien infecté par ce virus, contrairement à un chat, peut devenir agressif et mordre des cas occasionnels. Le virus pénètre dans l'organisme par la salive d'une plaie, et se propage le long des nerfs jusqu'au cerveau, provoquant la mort de l'animal dans les 6 mois. La vaccination contre la rage est obligatoire pour tout chien qui voyage à travers les frontières nationales. Ainsi, si vous emmenez votre chien à l'étranger (même si ce n'est que pour une courte période), ou si votre chien vient de l'étranger, il doit être vacciné. En Belgique, au sud de la Sambre et de la Meuse et dans les campings, la vaccination contre la rage n'est PLUS exigée par la loi. Parfois, certains pays (Grande-Bretagne, Irlande, Malte, Finlande,...) imposent des obligations supplémentaires. La preuve de vaccination est inscrite dans le passeport européen par le vétérinaire et, pour la plupart des pays européens, est valable 3 ans. Veuillez noter que le vaccin n'est efficace que 21 jours après la première vaccination. Vaccination de mon chiotLes chiots naissants reçoivent des anticorps de leur mère pendant leurs premières semaines de vie via le lait maternel. Ces anticorps n'offrent qu'une protection temporaire aux jeunes chiots. Après le sevrage, cependant, ces anticorps diminuent rapidement, de sorte que votre chiot redevient sensible à ces maladies. La vaccination à ce moment stimule le système immunitaire et assure une bonne protection. Comme les propriétaires de chiots de petite taille peuvent choisir entre le calendrier de vaccination traditionnel OU la vaccination selon le principe VacciCheckVaccination selon le calendrier traditionnel : Les vaccinations des chiots ont lieu à 7 semaines -9 semaines -13 semaines -26 semaines. Le vaccin annuel contre la toux du chenil est un vaccin distinct et est administré aux chiens qui vont à l'école canine, aux chiens qui vont dans une pension pour chiens, aux chiens qui vont dans des expositions canines ou aux chiens qui ont beaucoup de contacts avec d'autres chiens. La vaccination triennale contre la rage ne fait pas partie de la vaccination standard et est obligatoire lorsque vous allez à l'étranger avec votre chien.
*** Traduit avec www.DeepL.com/Translator (version gratuite) ***

Le VacciCheck:

permet d'établir un calendrier de vaccination adapté à votre animal. Le VacciCheck est un test sanguin qui permet de vérifier si votre chien a suffisamment d'anticorps contre les maladies canines, les maladies félines et les hépatites infectieuses. Pourquoi : pour administrer aux chiots le moins de vaccins possible en les vaccinant au moment idéal. 2 protocoles sont possibles pour les chiots si vous choisissez le VacciCheck. Le protocole à suivre dépend du fait que le chiot ait déjà été vacciné à 7 semaines ou qu'il ait été testé chez l'éleveur avec un test VacciCheck à 7 semaines. Le VacciCheck a été effectué à 7 semaines chez l'éleveur : toutes les 3-4 semaines, un test VacciCheck est effectué pour voir quand les anticorps maternels sont suffisamment bas pour donner la vaccination. Quatre semaines après la vaccination, un titre de contrôle doit être déterminé pour voir si la vaccination est réussie. Le VacciCheck commence à 11 semaines si le chiot a été vacciné à 7 semaines pour vérifier si les anticorps maternels sont suffisamment bas pour permettre la grande inoculation. En cas de doute quant à savoir si les anticorps sont encore maternels OU s'ils proviennent déjà de la première vaccination, il peut être nécessaire de procéder à un nouveau test 4 semaines plus tard. Là encore, la vaccination contre les maladies du chien, du chat et l'hépatite infectieuse sera administrée lorsque les anticorps maternels auront disparu. Quatre semaines après la vaccination, il est important de vérifier si la vaccination est réussie. VacciCheck ne peut être administré que pour les maladies des chiens, les maladies des chats et les hépatites infectieuses. La vaccination et le rappel contre la maladie du rat (et éventuellement la toux de chenil) sont toujours nécessaires. La vaccination de mon chien adulte peut également se faire selon deux principes : si le propriétaire veut vacciner selon le calendrier traditionnel, le chien adulte recevra une vaccination annuelle contre la maladie du rat (et éventuellement la toux de chenil si nécessaire) et une vaccination triennale contre la maladie du chien, la maladie du chat et l'hépatite infectieuse (et éventuellement la rage si nécessaire). Les propriétaires qui souhaitent être vaccinés contre la maladie du rat selon le principe du VacciCheck auront une vaccination annuelle contre la maladie du rat (et si nécessaire une toux de chenil si nécessaire) et si nécessaire un titrage pour voir si la vaccination contre la maladie du chien, la maladie du chat et l'hépatite infectieuse est nécessaire ou peut être reportée en présence de suffisamment d'anticorps contre les 3 maladies précédentes. La vaccination triennale contre la rage reste également nécessaire si les chiens vont à l'étranger.


*** Traduit avec www.DeepL.com/Translator (version gratuite) ***

 

.


opgelet hittegolf: ken uw hond


Loopsheid:

De loopsheid is de vruchtbare periode van de teef. Deze periode herken je doordat het geslachtsdeel van je hond meer is opgezwollen als normaal en de teef hieruit druppeltjes bloed verliest. Tijdens deze periode kan ze gedekt worden. Een teef is over het algemeen twee keer per jaar loops. Dit uit zich door een lichte bloeding. De meeste teven houden zichzelf goed schoon. De eerste loopsheid treed op in de periode tussen de 7e en de 15e maand. Daarna meestal regelmatig om de 6 maanden. Je kan het tijdstip het beste even bijhouden, zodat je op voorhand ongeveer kunt berekenen wanneer je teef loops gaat worden.
Tijdens de loopsheid, die ongeveer 3 weken duurt, moet je je teef goed in de gaten houden, zodat ze niet kan ontsnappen en er een ongewenste dekking tot stand komt. Laat haar dus gedurende deze tijd altijd aan de lijn lopen. Ook niet los in je tuin om haar uit te laten rennen, want een dekking is gebeurd voordat je er erg in hebt. (En de reu van de buurman kan snel ontsnapt zijn)
Als de loopsheid voorbij is kan je je teef best helemaal in bad doen, zodat de geur van de loopsheid verdwijnt en de reuen niet meer lastig doen. Natuurlijk moet je niet vergeten ook het kussen of de mat waar je teef op ligt of slaapt en de mand na de loopsheid grondig te poetsen. Wat de reu betreft heb je er alleen maar last van dat de reu soms vervelend kan doen door te zitten piepen en/of jammeren omdat er loopse teven in de buurt zijn. De ene reu heeft hier meer last van dan de andere. Vooral als de reu eens een keer een loopse teef heeft gedekt, dan wil het nog weleens voorkomen dat hij de smaak te pakken krijgt en constant op zoek is naar loopse teven.

De eerste keer loops:

De eerste loopsheid treedt op tussen de 6-18 maanden leeftijd. Hoe groter de hond, hoe later de loopsheid begint. Indien in huis meerdere teven aanwezig zijn, wordt een jong teefje meestal pas de eerste keer loops als zij ca. 14 maanden is.
Verschijnselen:

De vulva zwelt op.

  • De reuen raken erg geïnteresserd in de teef (wat de teef niet altijd even leuk vindt)
  • Na enkele dagen begint de teef te vloeien (= 1ste dag van de loopsheid, de pro-oestrus). Deze uitvloeiing is in het begin bloederig en gaat later over in een bruin waterige uitvloeiing.
    • Tussen de 9e-12de dag van de loopsheid is de hond vruchtbaar, de oestrus: is de periode waarin ze kan drachtig worden. In deze periode worden reuen niet meer door de teef weggejaagd. De teef probeert zelfs te ontsnappen om op zoek te gaan naar de reu !
    • Na de vruchtbare periode gaat de uivloeiing stoppen, de vulva gaat weer slinken en de teef snauwt weer de reuen af: de metoestrus is begonnen.
    • 3 weken na het begin van de loopsheid stopt de loopsheid, de metoestrus is beëindigd. Tijdens de loopsheid zwelt de baarmoeder (uterus) op, ook de bloedvaten van de baarmoeder zwellen op. Pas 8-10 weken na het einde van de loopsheid is de baarmoeder weer tot rust gekomen. Soms treedt er dan nog wat taaie melkachtige uitvloeiing uit de baarmoedermond op gedurende 1 a 2 dagen.
    Wanneer wordt mijn teef loops?Een teef wordt voor de eerste keer loops tussen de 5-18 maanden leeftijd. Wanneer ze voor het eerst loops wordt hangt van veel factoren af:
    De grootte. Hoe groter een hond wordt, hoe later ze loops wordt.
    • Erfelijkheid. De fokker kan vaak goed vertellen wanneer uw teef voor het eerst loops wordt.
    • Als er een loopse teef bij u in huis of in de buurt is stimuleert dat uw teef om ook loops te worden .
    • De eerste loopsheid kan normaal verlopen maar kan ook kort duren of juist erg lang. Het vloeien kan praktisch afwezig zijn of juist heel erg heftig. Honden worden om de 5-8 maanden loops, dit kan steeds b.v. om de 6 maanden zijn maar kan ook voortdurend veranderen.

      De ongewenste dekking.
    • Het kan gebeuren dat je hond op de een of andere manier gedekt wordt. Teven zijn erg vindingrijk om te ontsnappen of er kan een reu bij jou over de schutting klimmen. Ook al hebben ze niet "vastgezeten", er is een behoorlijke kans dat uw hond gedekt is en dus ook bevrucht. Of je hond gedekt is, is nooit met 100% zekerheid vast te stellen. Ten laatste, heeft er toch een ongewenste dekking bij de teef plaatsgehad, dan kan je het beste onmiddellijk contact opnemen met je dierenarts. De teef kan dan een kuur krijgen waardoor de eventuele bevruchting wordt afgebroken. Je teef wordt daarna wel weer opnieuw loops, maar dat is beter dan ongewenste puppies.
      Om te verkomen dat je hond drachtig wordt bestaat er de zogenaamde "morning after prik". Deze morning after prik dient op de 3-de en 5-de dag na de dekking gegeven worden.

      Schijndracht:
    • Een regelmatig voorkomend verschijnsel bij teven is de zogeheten schijndracht. De teef gedraagt zich in die periode alsof ze een nestje heeft. Ze sleept allerlei dingen naar haar mand en doet alsof dit puppy's zijn. De melkklieren zwellen op en er kan sprake zijn van melkproductie. Soms vertoont de teef agressief gedrag tegenover andere dieren of mensen, alsof ze haar jongen moet verdedigen.

      Schijndracht treedt meestal twee maanden na de loopsheid op en kan een aantal weken duren. Wanneer het één keer is voorgekomen, komt het daarna in veel gevallen na iedere loopsheid terug. Wanneer je hond er veel last van heeft, is sterilisatie de beste oplossing. Een steeds terugkerende schijnzwangerschap vergroot namelijk ook de kans op aandoeningen van de melkklieren of de baarmoeder. Op korte termijn kan een hormoon­behandeling de oplossing zijn. Ook zijn in een aantal gevallen homeopathische middelen te gebruiken.

      Wanneer de melkklieren erg zijn opgezwollen, kan het deppen met kamferspiritus verlichting geven (maar raadpleeg eerst je dierenarts). Zorg er vooral voor dat je hond voldoende afleiding en extra beweging krijgt.


Natuurliefhebber en wandelaars


Een hond en een stok kan soms zware gevolgen hebben.

Hond een stok laten apporteren met als afloop een bezoek aan de dierenarts.Wees dus voorzichtig kies een apport waaraan uw hond zich niet kan kwetsen. het bespaart u veel leed en kosten!!!!!